Gerenommeerde accountants: Verantwoording zorguitgaven gemeenten blijft problematisch

Is het zorggeld rechtmatig besteed? En is de zorg adequaat geleverd? Beantwoording van deze twee vragen blijft een bijzonder lastig verhaal voor gemeenten. In 2015 worden gemeenten voor 9 miljard euro verantwoordelijk voor de Wmo en Jeugdzorg en in datzelfde jaar keuren accountantskantoren de helft van gemeentelijke jaarrekeningen af. Over 4,5 miljard euro van de prestatielevering leggen gemeenten dus geen verantwoording af. Onderzoek door de ToetsPraktijk naar deze oorzaken en oplossingen hebben interessante inzichten opgeleverd bij (rijks)accountants, belangengroepen en financiële experts op gemeentegebied.

Zo zijn de gemeenten volgens alle experts door de decentralisatie complexe, sterk op prijs sturende  klanten gewordendie vaak te afhankelijk zijn van hun financiële cijfers van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en zorgaanbieders. Daarnaast dragen onafhankelijke partijen bij aan meer inzicht over de rechtmatig- en doelmatigheid van de bestedingen via specialistische huisbezoeken en dossieronderzoeken, aldus de experts. De jaarrekeningen worden hierdoor robuuster, het vergemakkelijkt het werk van de accountant, gemeenten worden aantrekkelijkere klanten en er is meer zicht op het uitgegeven zorggeld.

Gemeenten complexe klanten geworden

KPMG, Deloitte, PWC en EY trekken zich massaal terug uit de gemeentemarkt. Door de Wmo en Jeugdzorg zijn gemeenten veel complexere klanten geworden met strenge landelijke kwaliteitseisen die logischerwijs sturen op prijs, omdat ze een kleiner budget hebben gekregen dan het Rijk voorheen had. Alle pgb-gelden zijn in 2015 als onzeker bestempeld door de accountants omdat niet duidelijk was of het geld juist is besteed. Afgelopen maand liet de Nederlandse Zorgautoriteit weten dat ook van alle pgb-gelden uit 2016 niet kan worden vastgesteld of deze rechtmatig zijn uitgekeerd. In 2017 zijn de problemen nog niet opgelost, maar de fouten en onzekerheden nemen af.  Uit deze cijfers blijkt dat gemeenten controle op de prestatielevering meer in hun proces dienen in te bakken, aldus de experts.

Zij benadrukken ook het belang van het iSociaalDomein van het ministerie van het ministerie van Volksgezonheid, Welzijn en Sport (VWS). Dat biedt gemeenten meer houvast om te zien welke stappen ze moeten doorlopen om hun jaarrekening goedgekeurd te krijgen. De variant waarbij gemeenten zelfstandig prestaties vaststellen in de interne beheersing, heeft bij alle geïnterviewde specialisten de voorkeur. Door deelwaarnemingen bij zorginstellingen of door direct met de cliënt in gesprek te gaan op basis van een steekproef, krijg je immers meer zicht en controle op de kwaliteit van de zorg.

Prioriteit gemeenten niet bij beheersing

De rechtmatigheid van de bestedingen aantonen blijft een groot aandachtspunt. Het wordt als een grote administratieve last ervaren door gemeenten en het geld wordt liever uitgegeven aan de cliënt dan aan beheersing van de kosten. Toch benadrukken de experts het grote belang van rechtmatigheidstoetsen. Immers, als van meer dan drie procent van het geld niet duidelijk is of het rechtmatig is besteed, mogen accountants de jaarrekening niet goedkeuren. En de Wmo beslaat zo’n 25 procent van het totale gemeentebudget. Zwaar inzetten op beheersing blijft daarnaast ook een moeilijke politieke keuze. Gemeentesecretarissen hebben niet altijd deze rol en bestuurders willen hun cliënten het liefst zo goed mogelijk dienen in plaats van een mooi intern beheersinstrument implementeren.

Een rechtmatigheidsonderzoek is een beheersmaatregel om in eerste instantie gemeenten te helpen, niet de accountants. Heeft de cliënt de ondersteuning ontvangen die door de zorgverlener is gedeclareerd? Sluit de ondersteuning (nog) aan op de behoefte van de cliënt? Is de cliënt pgb-vaardig? Zo niet, heeft de cliënt een sociaal netwerk dat ondersteuning biedt in het beheren van het pgb? Zijn de indicaties te hoog of te laag? Is er vastlegging en onderbouwing van de indicaties? Dergelijke relevante vragen kunnen goeddeels worden beantwoord door huisbezoeken. Volgens de experts zijn huisbezoeken een waardevolle toevoeging in gemeenteland, omdat naast het toetsen van de prestatielevering ook wordt gekeken naar de doelmatigheid van de ondersteuning, de pgb-vaardigheid van de cliënt en of een pgb wel de juiste financieringsvorm is in plaats van Zorg in Natura (ZIN).

Gemeenten leunen op SVB en zorgaanbieders

Veel gemeenten kiezen de variant om te wachten op de controleverklaringen van de SVB of zorgaanbieders, dat loopt via het landelijk accountantsprotocol 2017 voor de Wmo en Jeugdwet. Er is hierdoor alleen geen grip op de bestedingen, omdat cijfers pas achteraf komen. Accountantskantoren willen de informatie over geleverde zorg bij de gemeenten ophalen en niet bij gecontracteerde zorgaanbieders. Daar komt bij dat niet elke zorgaanbieder de informatie tijdig en volledig aanlevert. Een ander probleem doet zich voor bij de SVB. De SVB doet de verantwoording van de pgb-uitgaven en levert dit aan gemeenten. Het is de SVB echter niet gelukt om de pgb-uitgaven in 2015 en 2016 te verantwoorden, waardoor gemeenten in de problemen kwamen. En dat probleem blijft zich voordoen bij deze variant, omdat het pgb nog altijd 1 tot 3 procent van de totale gemeentebegroting uitmaakt.

De experts waarschuwen voor blindstaren op de rechtmatigheid van de aangeleverde gegevens, omdat de doelmatigheid van de bestedingen uit het oog kan worden verloren. Gemeenten zijn immers afhankelijk van zorgaanbieders en de SVB, waardoor het proces onnodig naar voren schuift en waardoor gemeenten minder zicht hebben op de geleverde ondersteuning. Het gevaar bestaat dat zo’n externe verklaring de noodzaak om te toetsen op kwaliteit van de geleverde ondersteuning en doelmatigheid wegneemt. Bij de afrekenvariant, waarbij de totale maximale kosten afgesproken zijn, bestaat dit gevaar ook omdat de afrekenvariant niets zegt over de kwaliteit van de geleverde ondersteuning.

Onafhankelijke partij waardevol bij recht- en doelmatigheid

De experts zien een steeds grotere rol weggelegd voor onafhankelijke partijen zoals de ToetsPraktijk om gemeenten te ondersteunen in het aanleveren van gegevens aan accountants. De onafhankelijkheid van zo’n partij is echter cruciaal voor accountants en kan worden aangetoond door middel van certificaten zoals Standaard 500.8. In de opdrachtformulering van de gemeente dient de onafhankelijkheid van de partij te worden vastgelegd en de accountant moet feedback op kunnen geven, zodat de gegevens van de externe partij complementair zijn aan het werk van de accountant. Als dat niet gebeurt, hebben de rapportages van een onafhankelijke partij weinig waarde.

De geïnterviewde specialisten benadrukken dat zo’n onafhankelijke partij eveneens uitermate geschikt kan zijn op het gebied van doelmatigheid. Het in huis hebben van specialistische zorgkennis is daarbij natuurlijk van belang. Door middel van huisbezoeken door specialisten in combinatie met dossieronderzoek kan worden vastgesteld of geld juist is besteed. Een door de accountant gevalideerde vragenlijst van een onafhankelijke partij maakt de waarde van de rechtmatigheidscontrole voor accountants alleen maar groter. Zo´n partij kan dus tweeledig van waarde zijn voor de gemeenten. Enerzijds om te zorgen dat de aangeleverde stukken aan de accountant bijdragen aan een robuustere, goedgekeurde jaarrekening. Anderzijds om meer inzicht te krijgen of het geld ook zijn doel bereikt.

Door de onafhankelijke positie van de geïnterviewde accountants zijn de namen weggelaten. Deze zijn bekend bij de ToetsPraktijk.