Accountants die gemeentelijke jaarrekeningen goedkeuren, onderzoeken ook fraudesignalen. Toch? Dat blijkt in praktijk echter tegen te vallen. Tijdsdruk, te hoge verwachtingen en op prijs drukkende gemeenten zijn veelgehoorde oorzaken. Toch is fraude-opsporing wel een in wet- en regelgeving omschreven doel voor accountants. Ook de samenleving verwacht actie. De oplossing ligt echter niet alleen bij de accountant, maar evenzeer bij hun opdrachtgevers, de gemeenten. Opsporing van fraude en onrechtmatigheid dient daar prioriteit te krijgen. Zij dienen in staat te worden gesteld bij opsporing van fraude en onrechtmatigheid.

Geen taak van accountants

In de accountantswereld woedt momenteel een felle discussie. Behoort fraude-opsporing nu wel of niet tot de directe taak van de accountant? Peter Schimmel, forensisch accountant bij Grant Thornton, betoogt van niet op de nieuwssite van de beroepsvereniging. Hij stelt dat de buitenwereld ervan uitgaat dat accountants fraude ontdekken, wat volgens hem niet kan. De accountant is daar namelijk helemaal niet voor geëquipeerd vanwege tijdsgebrek, druk op prijs en prioriteit bij opdrachtgevers. Constateert de accountant een fout, dan is het nog geen fraude omdat verhulling daarmee niet is vast komen staan. Een frauduleuze transactie ziet er exact zo uit als een legitieme transactie. Daarom is zoeken naar fraude kul, aldus Schimmel.

Wel taak van accountants

Marcel Pheijffer, hoogleraar accountancy, is het hier hardgrondig mee oneens. De grootste kantoren hebben forensisch accountancyafdelingen die fraudepatronen in beeld brengen, daders ontmaskeren en preventieve maatregelen voorstellen. Volgens hem gebeurt dat nu vooral tijdens periodieke controles voor grote bedrijven. En niet zozeer bij reguliere accountantscontroles voor bijvoorbeeld gemeenten. Hij beklemtoont dat reinheid van het economisch verkeer ooit een belangrijke ontstaansgrond was van accountancy. Daarnaast staat ook in de wet dat financiële overzichten vrij moeten zijn van materiële afwijkingen als gevolg van fraude. Geen kul dus, aldus Pheijffer.

Prioriteit bij gemeenten niet bij fraudebestrijding

Als minder dan één procent van de uitgaven onrechtmatig is, wordt de jaarrekening goedgekeurd. Veel gemeenten laten het daarbij, terwijl het vrijwel niets zegt over de mate van fraude. Zwaar inzetten op fraude-opsporing bij gemeenten blijft een groot aandachtspunt. Het wordt als een grote administratieve last ervaren. Het geld wordt, hoe logisch misschien ook, liever uitgegeven aan de cliënt dan aan fraude- en onrechtmatigheidsonderzoek. Inzet van data-analyse en risicogerichte controles leveren echter geld op via terugvordering. Ook helpt het de accountant om een meer waarheidsgetrouw beeld te krijgen. Zo’n beheersinstrument is politiek gezien alleen niet heel aantrekkelijk.

Hulp van officieel erkende onafhankelijk partij

De ToetsPraktijk ondersteunt gemeenten met zo’n beheersinstrument door het proces vroeger in het jaar in te richten. Hierdoor groeit een gemeente door van controles achteraf naar periodieke controles en actieve cliëntmonitoring binnen de Wmo. Dat zorgt voor grip op de uitgaven. De aangeleverde rapportages zijn complementair aan het werk van de accountant bij het goedkeuren van de jaarrekening. In opdrachtformulering van de gemeente moet de onafhankelijkheid dan wel worden vastgelegd, in samenspraak met de accountant. Als dat niet gebeurt hebben de onafhankelijke rapportages weinig waarde.

Is het dan wel of geen taak van de accountant?

Volgens de letter van de wet wel, maar de praktijk is weerbarstiger. Gemeenten drukken op de kosten, waardoor ze soms moeite hebben überhaupt een accountant te vinden. Laat staan een die met forensische precisie op zoek gaat naar fraudesignalen. Accountants zijn daarnaast afhankelijk van kwalitatieve informatie van de gemeente zelf. Deze kan een stuk beter door het proces vroeger in te richten, waardoor je kunt acteren op vermoedens van onrechtmatigheid en fraude.

 

Share