Zorgverzekeraars geven dit jaar vooralsnog 300 miljoen euro minder uit aan wijkverpleging dan op grond van het landelijk budget van 3,6 miljard euro beschikbaar is. Dat blijkt uit een analyse van de zorginkoop in de sector uitgevoerd door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

De bevindingen van de NZa zijn koren op de molen van de zorgaanbieders, die zich al geruime tijd beklagen over ontoereikende tarieven. Brancheorganisatie ActiZ constateerde medio mei nog dat de wijkverpleging als gevolg hiervan financieel onder water staat. Volgens ActiZ hebben de aanbieders vorig jaar 149 miljoen euro verlies geleden door onder de kostprijs te werken. “Er is kennelijk nog ruimte van 300 miljoen euro”, reageert een woordvoerster naar aanleiding van de NZa-publicatie. “We zien dan ook graag dat de zorgverzekeraars met kostendekkende tarieven komen.”

De NZa houdt zich buiten deze discussie, maar spreekt in meer algemene zin wel bezorgdheid uit. “We vrezen dat (te) scherp inkopen ten koste gaat van de kwaliteit van zorg en de deskundigheid van het personeel. Zo kan een aanbieder alleen personeel van een hoog deskundigheidsniveau aantrekken en behouden wanneer ze hiervoor voldoende kostendekkende tarieven hebben.” Als voorbeeld noemt de NZa casemanagement dementie. Dit wordt geleverd door een een HBO-verpleegkundige. Toch ligt het uurtarief soms lager of rond het maximumtarief voor persoonlijke verzorging.

Risico

Krappe tarieven zijn in de gehele reguliere wijkverpleging een sluimerend probleem, constateert de NZa. Zorgverzekeraars baseren hun tarieven deels op de historische productmix, terwijl de zorgvraag toeneemt en complexer wordt. “Concluderend zien we aan de ene kant scherpe tariefstellingen en budgetplafonds gebaseerd op realisaties uit het verleden, aan de andere kant is er de verschuiving naar een zwaardere zorgvraag en bestaat er nog ruimte in het macrokader”, stelt de NZa. “Wanneer er niet voldoende wordt ingespeeld op de ontwikkelingen van de zorgvraag zien wij voor de toekomst een risico voor de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg.”

Versnippering

De NZa kaart ook een aantal andere problemen aan. Zo hanteren zorgverzekeraars voor wat betreft specifieke zorgvormen, zoals wijkgericht werken, beschikbaarheid van onplanbare zorg en ketenzorg dementie, verschillende inkoopvormen. Daarmee ligt versnippering op de loer, terwijl samenwerking en regionale afstemming bij deze zorgvormen van cruciaal belang is.

Hoewel 80 tot 90 procent van de wijkverpleging via integrale tarieven wordt ingekocht, leidt dit nog niet tot een verlichting van de administratieve lasten. Vaak komt dit omdat de aanbieders de zorg ook nog als de reguliere prestaties voor persoonlijke verzorging en verpleging registreren. Soms is dit een eigen keuze, maar vaak is dit ook noodzakelijk, omdat niet alle zorg via het integrale tarief kan worden.

Inzicht

De NZa ziet de aanpak van deze kwesties als een gedeelde verantwoordelijkheid van zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Dit betekent dat zorgaanbieders duidelijk inzicht moeten geven welke zorg ze leveren en welke overige activiteiten ze rond de wijkverpleging ontplooien. Ook over kosten en kwaliteit moeten ze transparant zijn. Zorgverzekeraars dienen wat de NZa betreft “toekomstgericht” in te kopen, dat wil zeggen: “samen met de sector toekomstgerichte plannen maken en tarieven af te spreken die hierbij aansluiten.”

De NZa zegt te zullen toezien of er voldoende wijkverpleging beschikbaar blijft met daarbij bijzondere aandacht voor het contracteerproces.

Bron: Poel, van der P. (29-05-2017). Wijkverpleging blijft 300 miljoen euro onder budgetplafond.