De Sociale Verzekeringsbank heeft op 15 maart de verantwoordingen 2016 voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet vastgesteld, in lijn met afspraken met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Dat is ongeveer drie maanden eerder dan vorig jaar. Daardoor zijn de verantwoordingen nu op tijd beschikbaar voor controle van de jaarrekeningen 2016 van gemeenten door accountants.

De raad van bestuur van de SVB heeft vastgesteld dat de uitvoering van het ‘Trekkingsrecht’ (PGB-uitbetaling door de SVB rechtstreeks aan de zorgverlener) voor zowel de Jeugdwet als de Wmo onrechtmatig is geweest. De percentages van de rechtmatigheid zijn bij zowel de Jeugdwet als de Wmo 66 procent. Een betaling is rechtmatig als de zorgovereenkomst en de declaratie voldoen aan alle formele eisen.

Coulancebeleid

De belangrijkste oorzaak hiervan is dat het coulancebeleid nog bijna het gehele jaar van toepassing is geweest. Daar is in afstemming met alle betrokken partijen voor gekozen, om te voorkomen dat betalingsproblemen zouden ontstaan waardoor budgethouders en zorgverleners in de problemen zouden kunnen komen.

Onrechtmatigheid betekent overigens niet dat er door de SVB veel onterechte betalingen zijn gedaan. Vaak is de declaratie wel correct en is de zorg geleverd, maar ontbreekt bijvoorbeeld een handtekening of een burgerservicenummer (BSN) op de declaratie. Hierdoor voldoen deze declaraties niet aan de officiële rechtmatigsheidsnormen.

Na de verdere invoering van de handhaving (per 1 november 2016) is in de laatste twee maanden van 2016 een duidelijke verbetering van de rechtmatigheid zichtbaar, ten opzichte van eerdere maanden van 2016. Inzet van de SVB is om de rechtmatigheid de komende maanden verder te verhogen.

Bron: SVB. (16-03-2017). SVB stelt verantwoordeingen 2016 voor Wmo en Jeugdwet vast.